Nederlanders in Florence

We blijven Nederlanders in Florence | Beatrijs de Hartogh

Nederlanders in Florence

Met hoeveel Nederlanders in Florence we zijn zou ik niet weten, maar het zijn er een heleboel. We komen uit alle neerlandse windstreken, van Groningen tot Limburg en van Holland tot Twente. Als mede-beheerder van de Facebook groep Nederlanders in Florence ken ik een heleboel van mijn landgenoten hier in de stad en ik zou er graag nog veel meer ontmoeten. Wie zijn we, wat doen we en hoe zijn we in Florence verzeild geraakt? Ik vroeg het en kreeg leuke, herkenbare en soms verrassende antwoorden.

We blijven Nederlanders in Florence
Wil jij ook meedoen met de interviewserie Nederlanders in Florence en iets vertellen over je leven hier? Stuur me dan even mailtje en dan neem ik contact met je op.

Beatrijs de Hartogh

Landgenoot Beatrijs de Hartogh woont al 40 jaar in Florence. Ik heb er zelf ook al ruim twee decennia op zitten in deze bijzondere stad, maar toch hebben we elkaar nog nooit ontmoet, hopelijk komt het er snel van. Hoog tijd om Beatrijs wat beter te leren.

Wie ben je en waar kom je vandaan? En hoe ben je in Florence terecht gekomen?

Ik ben geboren en getogen in Amsterdam; ik ben daar op school gegaan en heb er Engelse taal en letterkunde gestudeerd aan de UvA. Toen mijn toenmalige partner in 1976 een baan in Florence kreeg aangeboden ben ik hem gevolgd. Omdat (destijds) lesgeven het enige vooruitzicht was als je talen studeerde, had ik geen echte carrière vooruitzichten. Ik had een jaar lesgegeven na mijn kandidaatsexamen, en dat was een grote mislukking geworden. En omdat ik een beetje een talenknobbel(tje) heb, vond ik het idee om Italiaans te leren best aantrekkelijk. Plus een prettig klimaat…
Ik heb ervoor gezorgd dat ik al mijn schriftelijke tentamens had voltooid voor onze verhuizing naar Florence; mijn studie afmaken is uiteindelijk pas later gelukt, omdat ik inmiddels een baan had gevonden aan het Europees Universitair Instituut (EUI). Zeker in die periode was het hier erg moeilijk om een part-time baan te vinden, en ook het Instituut liet me volle tijds werken.

Wat doe je zoal in het dagelijks leven?

Ik startte mijn baan als typiste en toen bleek ik ineens pretenties (ambities?) te tonen die ik nooit had verwacht: ik wilde met alle geweld klimmen. Ik heb het altijd zo beschouwd: het Instituut heeft me getraind in het secretaresse-werk, terwijl het me tegelijkertijd betaalde om mijn werk te doen – goede deal, vond ik (en vind ik nog steeds).
Het EUI, dat nauwe banden heeft met de Europese instellingen, leidt jonge doctorandi uit heel Europa op tot hun promotie; na enige tijd vond ik het droevig om mensen met wie ik al een tijdje bevriend was naar elders te zien vertrekken. Inmiddels had ik een gezellige vriendenkring gecreëerd, maar de door mij gewenste ‘promotie’ (het Instituut volgt de regels voor Europese ambtenaren) kwam maar niet. Ik ben toen ingegaan op een aanbod om in Wenen te werken, en mijn baan aan het EUI tijdelijk te bevriezen. In Wenen kwam ik goed uit de voeten, ben er uiteindelijk 2 jaar gebleven (1988-1990; directie-secretaresse), maar toen moest ik beslissen: daar blijven, of naar Florence terugkeren. Omdat ik hier voor mijn vertrek naar Wenen een flat had gekocht was de keus niet erg moeilijk. Bovendien waren er in Wenen minder jongelui (onderzoekers), en ik miste de internationale sfeer van het EUI. Na terugkeer veranderde mijn baan; de ervaring die ik in Wenen had opgedaan bleek deel uit te maken van een leerproces dat ik hier beter kon toepassen dan ik had vermoed. De promotie kwam er, en toen er een wissel plaatsvond in de directie heb ik besloten dat, na 40 jaar gewerkt te hebben, het welletjes was. Ik ben dus met pensioen sinds 2010, en geniet daarvan met volle teugen.

Wat mis je uit Nederland en wat mis je juist helemaal niet?

Ik mis haring! Drop kun je tegenwoordig bij Tiger kopen (hoera), maar ik ga als ik in Nederland op bezoek ben nog altijd naar de Jamin om mijn voorraadje aan te vullen. Voor andere lekkernij kan ik altijd terecht bij de Olandese volante (via S. Gallo 44).
Wat ik absoluut niet mis:
– al die regeltjes in Nederland; het klimaat (behalve dan de Elfstedentocht – niet dat ik zelf kan schaatsen, maar ik vind dat een spektakel); op de een of andere manier – misschien zul je dat vaker horen van ex-pats – heeft NL iets benauwends (hoewel dit minder het geval is in Amsterdam, die nog steeds een soort vrijstaat atmosfeer kent).

Foto Flickr

Waar kun je je in Italië nog steeds over verbazen?

– het landschap; zelfs na ruim 40 jaar kan het me nog steeds de adem afsnijden.
– hoe onbeschoft mensen kunnen zijn;
– hoe ontzettend aardig ze kunnen zijn: zeker toen ik hier net was, nog geen 2 woorden Italiaans sprak maar het wel probeerde: ‘come parla bene italiano, lei’
– dat wetten er zijn om met de voeten getreden te worden (maar dat is ook wel weer leuk, en precies wat me zo aantrekt in de levensstijl hier, in tegenstelling dus tot NL).

Welke Italiaanse gewoonten heb je overgenomen?

Goede vraag; ‘s avonds laat eten, denk ik. waarschijnlijk ook andere dingen, maar dat zou je eigenlijk aan mijn NL vrienden/innen moeten vragen!

Orti del Parsano – Foto Wikimapia

Je woont al heel lang in Italië. Is je Nederlandse taalgebruik veranderd in de loop der jaren?

Ik denk dat mijn gebruik van de Nederlandse taal niet enorm is veranderd, misschien denk ik er nu iets langer over na voor ik iets zeg of schrijf – maar dat kan ook met de leeftijd te maken hebben, haha. Ik volg het nieuws, de talkshows enz. uit Nederland op de voet; in de jaren 90 heb ik een satellietschotel en -ontvanger geïnstalleerd, met de NOS, de commerciële zenders, 2 Belgische zenders enz.; nadat men in Italië is overgestapt op het ‘digitale terrestre’ ontvangstsysteem, kan ik Italiaanse zenders niet langer ontvangen. Met andere woorden: ik volg ook het moderne Nederlandse taalgebruik op de voet (cool, gaaf, treitervlogger…) en ik denk dat mijn Nederlands best ok is gebleven. het heeft ook geholpen dat ik contact blijf houden met zowel mijn familie in Nederland als ook een aantal (NL) voormalige onderzoekers, die nu over Europa verspreid zijn (als professoren en/of als medewerkers van Europese instellingen).

Kun je een leuke anekdote vertellen over iets dat je hebt meegemaakt?

Uit mijn eerste jaren hier: ik stond op een zebrapad en wilde oversteken; uit het niets kwam een auto aanrijden, die me ongeveer ommaaide. In mijn consternatie riep ik “IDIOTA”. Een Florentijn, die alles had aangezien, keek me aan en corrigeerde me: “je moet IMBECILE roepen”.

Enzo Pazzagli Park – Foto Facebook

Tip van een local voor Florence. Noem een bijzonder plekje(s) in Florence dat je niet zo snel in de reisgidsen zult vinden, maar wat zeker de moeite waard is om te bezoeken.

Ik ben nogal dol op markten (mostre/mercati) en tuinen; er is een ontzettend leuk parkje dat Orti del Parnaso heet en uitmondt vlakbij de Giardini dell’Orticultura (via Bolognese).
En nog een heel leuk park met beelden: het Enzo Pazzagli park; ingang is een paar euro en je kunt er rustig een uur of 2 wandelen zonder een sterveling tegen te komen. Het is gelegen in een uithoek van Florence (nabij Nave di Rovezzano) dus vrij van toeristen. Voor verdere informatie is er een website (http://www.pazzagli.com/en/); wel even bellen voor je er naar toe gaat om zeker te zijn van hun openingstijden. Enzo zelf en zijn dochter beheren het park en één van zijn beelden staat op een rotonde (via Bellariva, na via Gignoro richting de Arno).

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Send this to a friend